Liturgische schikkingen Liturgische schikkingen
In elke dienst tijdens de 40dagentijd staat er een liturgische schikking in de kerk. Deze schikking wordt vanuit een beginvorm opgebouwd tot aan pasen. Hieronder de reeks schikkingen, met daarbij een korte toelichting. Een uitgebreidere toelichting kunt u lezen door hier te klikken.
 
1e zondag. Mattheüs 4:1-5
Jezus voelt zich gedragen en beschermd door woorden. De kracht van woorden wordt ook gevonden in de stille woestijn.
In het midden van de stip zweeft een tulp. De vorm van de tulp doet denken aan gevouwen (biddende) handen. De tulp wordt beschermd en gedragen op vleugels door drie grote onbeschreven bladeren.
2e zondag. Mattheüs 17: 1-9
Rond de stip zijn grassen als stralen tussen het weefsel geplaatst. Samen vormen de stralen een stralenkrans rond een nog niet bloeiende hyacintenbol met een groen groeipunt. Het licht is er al, maar voor een groot deel nog niet zichtbaar.
3e zondag. Johannes 4:5-26
In de schikking staat het levende water centraal. Water waardoor wij als mensen kleur en geur mogen geven aan ons leven. In wit komen immers alle kleuren samen! De geur van jasmijn geeft ons zin in het leven, om in beweging te komen.
4e zondag. Johannes 9:1-13 en Johannes 9:26-39
De vierde zondag is feestelijker dan de drie voorafgaande zondagen. De teksten blikken al vooruit naar Pasen. Deze zondag staat ‘het zien’ centraal. De stip op de horizon is een oog geworden, een pupil waardoor alles zichtbaar wordt. Het weefsel van takken wordt bloeiend. De bloesems verkondigen de komende lente.
5e zondag. Johannes 11:1-4 en Johannes 11:17-44
“Gedragen worden door anderen” is het thema van deze schikking. Hoop hebben en houden op een betere toekomst. Met liefde naast elkaar staan. Daar gaan de bovenstaande teksten over. In de stip staat een rode roos (liefde, betrokkenheid, leven) die als het ware het warrige en onduidelijke leven ontstijgt. Gedragen door de onderlinge verbondenheid (klimop).
Mattheüs 26:1-27, Mattheüs 26:66
In de lezingen op Palmpasen staat de zalving centraal. Als symbolen gebruiken we allerlei verse kruiden die gebruikt kunnen worden bij een zalving. Een doek rond de beker verwijst naar de balseming.
terug